Inzichten

Integratie van de R-factor in onze stembesluiten

We hebben in 2019 een engagement- en stemmethodiek ontwikkeld waarbij we gebruik maken van de R-factor, ons eigen scoringssysteem. De R-factor meet de resultaten van de activiteiten en de governance van een bedrijf, in zoverre deze betrekking hebben op financieel materiële en sectorspecifieke ESG-risicofactoren, zoals vastgesteld door de Sustainability Accounting Standards Board (SASB).

Aan het begin van het stemseizoen van 2020 zijn we ook in actie gekomen tegen de bestuursleden van bedrijven in de S&P 500, FTSE 350, ASX 100, TOPIX 100, DAX 30 en CAC 40 die op basis van hun R-factor-scores achterbleven en die geen plan op tafel konden leggen over hoe zij deze score denken te verbeteren.


Engagement-onderwerpen

  • R-factor-scores
  • Materialiteitskader van ASB
     

Aantal engagements

851


De integratie van het R-factor-scoringssysteem in ons asset stewardship-programma

Op basis van gegevens die we hebben ontvangen van onze vier belangrijkste dataleveranciers en met behulp van het transparante Sustainability Accounting Standards Board (SASB)-materialiteitskader kunnen we met de R-factor unieke ESG-scores bepalen van meer dan 7.300 beursgenoteerde bedrijven over de hele wereld en de resultaten van deze bedrijven zowel met hun regionale als wereldwijde sectorgenoten vergelijken.

 Hierop aansluitend zijn we in 2019 begonnen met de integratie van de R-factor in ons asset stewardship-programma. We zijn begonnen met het delen van de R-factoren met de bedrijven zelf en het helpen van bedrijven om te analyseren hoe ze hun ESG-activiteiten, en daarmee uiteindelijk ook hun score, kunnen verbeteren. Omdat de score gebruik maakt van transparante materialiteitskaders, beschikken de bedrijven over de informatie die ze nodig hebben om te kunnen begrijpen wat de drijvende krachten zijn achter de score en op welke financieel materiële ESG-zaken zij zich moeten richten wat betreft management en verslaglegging. Dit leidt uiteindelijk tot de beschikbaarheid van betere ESG-data, en draagt daarmee bij aan duurzamere bedrijven en kapitaalmarkten.

Werknemers bij bedrijven die werken met investor relations, de chief financial officer, ESG/duurzaamheids-initiatieven of algemene afdelingen kunnen hier hun R-factor opvragen.

Een positief kader om vooruitgang te boeken We zien dat bedrijven waar we mee in gesprek zijn nog steeds positief zijn over de transparantie van het SASB-kader, en dat zij open staan om de integratie van SASB in hun verslaglegging verder te onderzoeken. We voeren betere gesprekken met de bedrijven dankzij ons gebruik van de R-factorscore, waarmee we laten zien hoe beleggers het SASB-kader gebruiken om de resultaten van de operationele activiteiten en de governance te bepalen wat betreft financieel materiële ESG-uitdagingen waar de sector van het desbetreffende bedrijf mee te maken heeft. Met de R-factor krijgen bedrijven concrete feedback over hoe goed ze al dan niet voldoen aan onze behoefte aan materiele ESG-informatie, en door het SASB-kader is het duidelijk over welke informatie het dan gaat.

Analyse van de engagements en ons stemgedrag

Wij zijn er al langer van overtuigd dat ESG-kwesties op de lange termijn zowel risico's als kansen met zich meebrengen voor de bedrijven in onze portefeuille, en dat deze daarom ook als zodanig moeten worden aangestuurd, waaronder door toezicht door de raad van bestuur van het bedrijf. In overeenstemming met deze visie hebben we in onze brief van de CEO van januari 2020 aan de bedrijven in onze portefeuille een nieuw engagement- en stembeleid opgenomen, dat in 2020 van kracht is geworden.

Als onderdeel van dit proces hebben we in 2019 een engagement- en stemmethodiek ontwikkeld die gebruik maakt van de R-factor, ons eigen R-factor-scoringssysteem. Aan het begin van het stemseizoen van 2020 zijn we ook in actie gekomen tegen de bestuursleden van bedrijven in de S&P 500, FTSE 350, ASX 100, TOPIX 100, DAX 30 en CAC 40 die op basis van hun R-factor-scores achterbleven en die geen plan op tafel konden leggen over hoe zij deze score denken te verbeteren. Als we het gevoel hebben dat een bedrijf niet voldoende gemotiveerd is om het gesprek met ons aan te gaan of om de verslaglegging of prestaties te verbeteren van financieel materiële ESG-zaken, dan kan het voorkomen dat we de herverkiezing van onafhankelijke directieleden niet steunen.

Daarnaast gaan we vanaf 2022 ook bedrijven meenemen in onze analyse die consistent en over meerdere jaren achterblijven bij hun concurrenten wat betreft R-factor-scores, en passen hier mogelijk ons stemgedrag op aan, tenzij we een significante verbetering zien.

Ook is onze inzet voor het verbeteren van ESG-verslaglegging en transparantie nog maar weer eens bekrachtigd in het bericht over ons stemgedrag van de CEO van januari 2021.

Per 31 december 2020 hebben 698 bedrijven hun R–factor opgevraagd, dit is 44% van ons vermogen onder beheer aan aandelen. Van deze bedrijven kwam 70% uit de Verenigde Staten en 7% uit het Verenigd Koninkrijk.

We hebben in 2020 14 keer tegen directieleden gestemd van bedrijven die we als achterblijvers ('Laggards') zien in de R-factor. Hiervan kwamen zeven bedrijven (50%) uit de Verenigde Staten, vijf (36%) uit het Verenigd Koninkrijk en twee (14%) uit Australië.

Afbeelding 1: hoe worden de R-factor-scores
bepaald?

Wegingsachtergrond: waarom 90+10?

De R-factor-score is ontwikkeld om verandering teweeg te brengen in de ESG- en duurzaamheidsactiviteiten van bedrijven. Hoewel het SASB-raamwerk onderwerpen meeneemt zoals governance en het toezicht op duurzaamheidsaspecten, zoals het naleven van wet- en regelgeving, risicomanagement, en concurrentieverstorend gedrag, neemt het geen traditionele corporate governance-factoren mee (zoals de onafhankelijkheid van het bestuur, aandeelhoudersrechten en de beloning van directieleden).

De R-factor neemt dit soort corporate governance-zaken ('CorpGov') wel mee in aanvulling de op ESG-score, en is daarmee een volledigere maatstaf.

Afbeelding 2: meerdere databronnen van de beste kwaliteit

De meting van CorpGov in de R-factor

Ons team heeft in 2020 een proactieve analyse gedaan om vast te stellen welke bedrijven in de portefeuille niet voldoen aan hun nationale governance-code. Deze analyse is gebaseerd op het corporate governance-element van de R-factor (CorpGov) en maakt gebruik van ons eigen kader om inzichten te krijgen en richting te geven aan onze engagementgesprekken met bedrijven die zijn bestempeld als Laggards op basis van hun lage score ten opzichte van hun regionale en wereldwijde concurrenten. De scores van de Laggards vallen in de laagste 10% ten opzichte van hun regionale concurrenten en komen uit een van de grote indices waar we onze analyse op hebben losgelaten.

Omdat voor de meeste governance-codes het 'pas toe of leg uit'-principe geldt, zijn we het gesprek aangegaan met deze bedrijven om te begrijpen waarom zij achterblijven bij hun concurrenten. Als deze bedrijven niet in staat waren om dit voldoende toe te lichten, of niet voldoende vooruitgang boekten in hun verbetering, hebben we deze bedrijven ter verantwoording geroepen door tegen te stemmen bij de herverkiezing van de onafhankelijke voorzitter.

Ons team gaat ook het gesprek aan met de beste bedrijven ('Leaders') wat betreft corporate governance (de 10% beste bedrijven) om inzicht te krijgen in de beste praktijken in hun regio's, en deze voorbeelden op te kunnen nemen in onze richtlijnen voor de hele markt.

Afbeelding 3: stemgedrag van SSGA bij achterblijvende bedrijven

Richtlijn voor de RvB's Besturen die naar aanleiding van onze gesprekken in actie zijn gekomen om hun governance te verbeteren naar ten minste de minimale marktverwachtingen, kunnen naar onze mening een minder kritische houding verwachten van beleggers over hun governance-activiteiten en structuur.

Wij vinden dat besturen moeten nagaan in hoeverre zij nationale governance-codes naleven die in het leven zijn geroepen door ofwel de toezichthouders ofwel de aandeelhouders, zodat zij beter kunnen communiceren over hun aanpak in de context van de verwachtingen van beleggers.

In markten waar geen nationale code bestaat, dienen de besturen zich ervan te vergewissen dat zij voldoen aan de Global Governance Principles van het International Corporate Governance Network.

Afbeelding 4: regionale verschillen in de naleving van corporate governance-normen

Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Japan Hier vonden we wel wat verschillen in de kwaliteit van de verslaglegging en de resultaten van de bedrijven in de verschillende markten (afbeelding 4). Amerikaanse bedrijven (S&P 500) deden het over het algemeen beter wat betreft de R-factor CorpGov-score dan hun tegenhangers in andere markten, waarbij 30% van de index tot het wereldwijde Leader-segment behoorde en 29% tot de Outperformers.

Ook in het VK (FTSE 100) en Japan (TOPIX 100) behoorde de meerderheid van de bedrijven tot de Leaders en de Outperformers. In het VK en in de VS viel slechts een heel klein deel in het Laggards-segment (respectievelijk 2% en 3%), in Japan lag dit iets hoger, op 6%.

Over het algemeen valt af te leiden uit de R-factor CorpGov-scores dat deze markten gehoor hebben gegeven aan de oproep van internationale beleggers en nationale toezichthouders om de governance-activiteiten op kerngebieden te verbeteren ten opzichte van hun eigen nationale normen, op onderwerpen zoals de onafhankelijkheid binnen de raad van bestuur, aandeelhoudersrechten en de beloning van directieleden.

Australië Australië (ASX 100) liet het hoogste niveau zien van bedrijven in het Laggards-segment (18%). Wij hebben gezien dat een van de oorzaken hiervan ligt in dat de belangrijkste commissies van de raad van bestuur minder onafhankelijk zijn dan in andere kernmarkten. Ook bleven sommige Australische bedrijven achter bij hun wereldwijde concurrenten in de beloning van het bestuur, door slechte remuneratiestructuren en onvoldoende verslaglegging of een mismatch tussen de beloning en de prestaties. In toekomstige gesprekken met Australische bedrijven blijven we ons richten op een grotere onafhankelijkheid van de raad van bestuur in hun belangrijkste commissies en op beloningsplannen die gekoppeld zijn aan de resultaten op lange termijn, en dat deze plannen op de juiste manier worden gebenchmarkt.

Europa In Europa (STOXX 600) zagen we minder Leaders en Outperformers dan in andere kernmarkten en Europa kwam op de tweede plek wat betreft het aantal Laggards en Underperformers, na Australië. Bedrijven in deze regio blijven werken om naleving te verbeteren door progressieve wet- en regelgeving, zoals de richtlijn aandeelhoudersrechten van de Europese Unie. We blijven in gesprek met de Laggards en de Underperformers om inzicht te krijgen in hun resultaten en we blijven onze verwachtingen met ze bespreken.